Voor 16:00 besteld? Morgen in huis* | Gratis bezorgd in NL vanaf € 50,- (daaronder € 4,95) | Winkel nabij Rotterdam | Vragen? Bel 010-226 38 68

Auteur: admin

Savate (Frankrijk)

Savate wordt ook wel Frans boksen, Frans Kickboksen of Frans voetvechten genoemd. Het is een Franse krijgskunst waarbij de handen en voeten als wapens worden gebruikt. Het combineert elementen van westers boksen met sierlijke traptechnieken. Alleen trappen met de voet zijn toegestaan, dit in tegenstelling tot Muay Thai waarbij ook trappen met het scheenbeen en de knie zijn toegestaan. Savate is waarschijnlijk de enige stijl van kickboksen waarbij schoenen worden gedragen (savate is een Frans woord voor “oude schoen”). Een mannelijke beoefenaar van savate wordt savateur genoemd en een vrouwelijke savateuse.

Geschiedenis

De huidige stijl van Savate is ontstaan aan het begin van de 19de eeuw. Het was destijds een vorm van straatvechten die populair was in Parijs en in het noorden van Frankrijk. In het zuiden, vooral in de haven van Marseille, hadden zeemannen een vechtstijl ontwikkeld waarbij hoge trappen en het slaan met open hand centraal stonden. Slaan met een vuist werd beschouwd als een dodelijk wapen. Het stond bekend als jeu marseillais (spel uit Marseille) en werd later chausson genoemd. Ook in de havens van Noord-Italië en Oost-Spanje kwam deze vechtsport in opkomst.

De twee sleutelfiguren in de geschiedenis van Savate zijn Michel Casseux (1794-1869) en Charles Lecour (1808-1894). Zij hebben de sport veranderd van het straatvechten naar een echte sport. Casseux opende in 1825 een school waar een gereguleerde versie van savate werd getraind. Later werd savate door het Committee National de Boxe Francaise erkend als sport. Dit kwam mede door grote inspanningen van Graaf Pierre Baruzy. Hij wordt vandaag de dag gezien als de vader van het modern savate en was 11-voudig kampioen van Frankrijk. De ultieme erkenning van savate kwam in 1924 toen het een demonstratiesport werd op de Olympische Spelen in Parijs. In 2008 werd savate erkend door FISU waardoor in 2010 in Nantes het eerste officiële universiteits wereld kampioenschap kan worden gehouden.

moderne tijd

Tegenwoordig wordt savate overal op aarde beoefend, van Australië tot Amerika. Veel landen hebben nationale bonden om de sport te promoten. Er wordt op drie niveaus gevochten: assaut, pre-combat en combat. Bij assaut moeten de deelnemers zich focussen op hun techniek. Men kan strafpunten krijgen als te hard wordt gevochten. Bij pre-combat mag er met volle kracht worden gevochten en deelnemers dragen bescherming, Comat is het zwaarste niveau en hier wordt full-contact gevochten maar zonder bescherming. Alleen een bitje en een toque zijn verplicht.

rangen

|Bij veel vechtsporten wordt de graad van de beoefenaar aangeduid met een gekleude band. Bij savate gebruikt men gekleurde handschoenen om aan te geven dat een beoefenaar een bepaalde graad heeft. Beginners starten met ongekleurde handschoenen. Vervolgens kan men blauwe, groene, rode, witte en gele handschoenen bemachtigen door testen te doorstaan. Wedstrijden mogen alleen worden gevochten door gele of hogere handschoenen. Zilveren handschoenen zijn de hoogste graad binnen savate. Gouden handschoenen zijn een eregraad en worden gegeven aan mensen die veel voor de sport hebben gedaan.

Technieken

In het wedstrijd savate zijn er maar 4 soorten trappen en 4 soorten stoten toegestaan.

Trappen:
1. fouetté – roundhouse trap
2. chassé – voorwaartse trap
3. revers – haaktrap
4. coup de pied bas – low kick

Stoten
1. direct bras avant – jab
2. direct bras arrière – cross
3. crochet – hoek
4. uppercut – opstoot

Savate is niet ontstaan als een sport maar als een vorm van zelfverdediging en werd beoefend in de straten van Parijs en Marseille. Dit type savate werd bekend onder de naam Savate de Rue. Als aanvulling op de trappen en stoten bevat Savate de Rue ook knietjes, elleboogstoten, worpen, vegen en kopstoten. Het concept is dat het hele lichaam een wapen is.

Lucha Canaria (Spanje)

Bij toeristen nagenoeg onbekend en niet gepromoot maar op de Canarische eilanden zelf een heuse topsport: de Lucha Canaria. Letterlijk betekent het ‘het Canarische gevecht’, maar het draait hier om een Canarische vorm van worstelen. En ‘gevecht’ heeft een agressieve toon, en dat is iets wat op plezierige wijze ontbreekt bij deze sport. Het woord sportiviteit doet hier zijn betekenis nog eer aan. En dat, bij een ‘vechtsport’…

geschiedenis

Het canarisch worstelen stamt nog uit de tijd voordat de Spanjaarden de eilanden veroverden, en is dus waarschijnlijk meegenomen uit het gebied wat nu Marokko is. In de honderden jaren dat de oorspronkelijke bewoners vrijwel zonder communicatie tussen de verschillende eilanden doorworstelden, kreeg de sport op ieder eiland lichtelijk afwijkende spelregels.

In 1872 werden die spelregels voor het eerst vastgelegd, waarmee de Lucha Canaria één van de eerst gedefinieerde worstelsporten op aarde werd. Pas na 1940 werden provinciaalse federaties voor de sport in leven geroepen en de officiële Spaanse federatie werd uiteindelijk in 1984 opgezet. Omdat er gevochten wordt op zand, beschikt de sport meestal over een eigen specifieke ruimte, vrijwel altijd een ronde zaal met in het midden een ronde zandbak, de zogenaamde ‘terrero’.

de regels

In het midden daarvan nemen twee worstelaars plaats, en begroeten elkaar. Met de linkerhand wordt de rechter opgerolde broekzoom van de tegenstander stevig vastgepakt en wordt de rechterhand op de linkerschouder van de tegenstander gelegd. Dan worden de hoofden op elkaars rechterschouder gelegd, en worden de rechterhanden naar de grond gewezen. Zo gauw de scheidsrechter fluit, is het zaak de tegenstander met een ander deel van het lichaam dan de voeten, de grond aan te laten raken. Daarbij mag niet geslagen of geschopt worden; wat wel mag is rukken, duwen, trekken, slingeren en optillen. Kortom; het is zaak iemand uit balans te brengen. Gewicht en kracht kunnen hierbij helpen, maar het is opvallend hoe vaak techniek de doorslaggevende factor is.

De gevechten duren maximaal 90 seconden, en elke twee tegenstanders vechten altijd twee gevechten met elkaar, of drie, als de wedstrijd na twee gevechten nog niet beslist is. Er zijn echter verschillende vormen, afhankelijk van het aantal deelnemers en de afgesproken ‘modus’. Zo kunnen de teams qua grootte verschillen tijdens verschillende ontmoetingen bijvoorbeeld

Worstelen (Griekenland)

Worstelen is één van de oudste gevechtssporten en was een onderdeel van de militaire opleiding bij de Grieken. Het behoorde tot de klassieke Olympische Spelen en was een van de topevenementen. De Romeinen namen de sport later over in een minder gewelddadige vorm in de arena’s en worstelen bleef zijn populariteit behouden. Bij de eerste moderne Olympische Spelen stond de sport, onder de vorm van Grieks-Romeins worstelen, onmiddellijk op het programma. In 1904 werd een tweede variant, het ‘vrij’ worstelen tijdens de Olympiade geïntroduceerd. Het doel is bij beiden identiek: twee tegenstanders proberen elkaar op de grond te werpen en met de schouders tegen de grond te drukken met behulp van grepen en technieken. Het verschil tussen beide disciplines is dat bij vrij worstelen grepen onder de heupen toegestaan zijn en ook de benen mogen gebruikt worden, bij Grieks-Romeins worstelen is dit niet toegestaan. Deze laatste sport is bovendien enkel toegestaan voor mannen, terwijl vrouwen wel een eigen Olympische competitie hebben bij het vrij worstelen.

de olympische spelen

Tijdens de Olympische Spelen worden de atleten ingedeeld in zeven gewichtscategorieën (vier voor de dames). Een worstelaar moet over spierkracht, techniek en lenigheid beschikken. De worstelgrepen, zoals arm- of beenklemmen, aanleren vereist een jarenlange training. Naast techniek trainen de atleten ook hun spierkracht om uit de grepen van de tegenstander los te komen of om zelf de controle over de tegenstander te behouden. Bij de worstelwedstrijden is er een wedstrijdleiding die bestaat uit een matrechter, scheidsrechter, drie puntentellers en drie juryleden. Naarmate de wedstrijd vordert zullen de deelnemers punten krijgen voor bijvoorbeeld goede grepen, aanvallen en worpen. De wedstrijd wordt gewonnen als de tegenstander langer dan vijf seconden met beide schouders tegen de mat wordt gedrukt of als een deelnemer een voorsprong heeft van 12 punten. Als er zes minuten geworsteld is, en er is nog geen winnaar, dan wordt de worstelaar met de meeste punten uitgeroepen tot winnaar.

regels

Tijdens toernooien worden de worstelaars verdeeld in twee poules. Als een deelnemer twee keer verloren heeft is hij uitgeschakeld. De winnaars uit beide poules strijden tegen elkaar om goud en zilver. De nummers twee uit de poules strijden tegen elkaar om brons.

Voor elke greep krijgt men een aantal punten (1, 2, 3 of 5 punten). Winnen kan dus op de volgende manieren:

– Door vloering (de beide schouders van de tegenstrever tegen de mat gedrukt)
– Door meerderheid van punten (als het verschil 12 punten of meer bedraagt)
– Door punten (als de reglementaire tijd verstreken is tellen de punten)
– Door uitsluiten of opgave van de tegenstrever

Aan de winnende en verliezende worstelaar worden respectievelijk de volgende wedstrijdpunten toegekend:

5 : 0 bij touché

5 : 0 bij overwinning door opgave tegenstander wegens blessure

5 : 0 in geval van diskwalificatie bij overtreding van de reglementen

4 : 0 bij overwinning met technisch overwicht (6 punten verschil tijdens twee perioden) en de verliezer heeft geen punt gescoord

4 : 1 bij overwinning met technisch overwicht (6 punten verschil tijdens twee perioden), maar verliezer heeft ten minste 1 technisch punt gescoord

3 : 0 bij puntenoverwinning in twee van de drie perioden zonder technisch punt voor de verliezer

3 : 1 bij puntenoverwinning in twee van de drie perioden, maar verliezer heeft ten minste 1 technisch punt

0 : 0 indien beide worstelaars zijn gediskwalificeerd wegens overtreding van de reglementen.

Boksen (Engeland)

Boksen, ook wel Engels boksen geheten, is een vechtsport waarin twee deelnemers van hetzelfde gewicht tegen elkaar vechten, daarbij gebruikmakend van hun vuisten. Een bokswedstrijd staat onder toezicht van een scheidsrechter en er wordt gevochten gedurende een aantal rondes. Een ronde duurt tussen de 1 en 3 minuten. Een bokser wint als hij zijn tegenstander neerslaat en deze niet in staat is om binnen 10 tellen weer op z’n benen te staan. Dit wordt een knockout of een KO genoemd. De scheidsrechter kan beslissen tot een technische knockout of een TKO. Dit is het geval als de bokser in de ogen van de scheidsrechter niet meer in staat is om goed partij te bieden. Als de strijd na een afgesproken aantal rondes niet is beslist door een KO of een TKO, dan wordt de winnaar bepaald door de scheidsrechter of door de scorekaarten van de jury.

Hoewel het vechten met vuisten natuurlijk overkomt, zijn het de Grieken die als eerste boksen als een sport introduceerden. Zij voerden regels in en organiseerden toernooien. Het geboortejaar van boksen als sport kan worden gevonden in 688 v. Chr. De sport werd toen officieel tot een Olympische sport benoemd.

Het moderne boksen evolueerde in Europa, vooral in Engeland. In sommige landen, die hun eigen vechtsporten hebben, wordt het boksen ook wel Engels boksen genoemd. Er zijn vele verschillende vormen van boksen die overal de hele wereld worden uitgeoefend.

Technieken

In het boksen zijn er 4 basisstoten: de jab, de cross, de hoek en de uppercut. Als een bokser rechtshandig is, dan is zijn linkerhand de voorhand en zijn rechterhand de achterhand. Voor een linkshandige bokser zijn de posities omgedraaid. In het onderstaande gaan we uit van een rechtshandige bokser.

Jab

Jab – dit is een snelle, rechte stoot met de linkerhand vanuit de dekking. De jab wordt vergezeld van een kleine rotatie van middel en heupen met de klok mee terwijl de vuist 90 graden draait zodat de impact horizontaal is. Zodra de stoot helemaal uitgerekt is, kan de schouder omhoog komen om de kin te beschermen. De achterhand blijft bij het gezicht om de kaak te beschermen. Nadat de stoot de tegenstander heeft geraakt, wordt de voorhand snel teruggetrokken en wordt weer een dekkingspositie ingenomen. De jab wordt beschouwd als de belangrijkste stoot van een bokser omdat deze voor veel dekking zorgt de opponent weinig ruimte tot een tegenstoot geeft. De stoot heeft het grootste bereik en heeft weinig inspanning nodig. Door de relatieve beperkte kracht die kan worden meegegeven aan de stoot, wordt deze vooral gebruikt om de afstand te meten, om de dekking van de tegenstander af te speuren, om de tegenstander te irriteren en om zwaardere stoten voor te bereiden. De bokser kan een beetje instappen om de stoot extra kracht mee te geven. Er zijn enkele boksers zoals Larry Holmes en Wladimir Klitschko die de techniek van de jab tot in perfectie beheersen en hiermee hun tegenstanders compleet kapot konden maken.

Cross

Cross – een krachtige, rechte stoot die wordt gegeven met de achterhand. Vanuit de dekking wordt de achterhand vanuit de kin gestoten zodat de stoot het lichaam kruist. De achterste schouder moet naar voren komen en net de buitenzijde van de kin raken. Op hetzelfde moment moet de voorhand naar het gezicht toe om de buitenzijde van de kin te beschermen. Om de stoot extra kracht mee te geven, kan het lichaam tegen de klok in worden gedraaid. Het is belangrijk dat het gewicht wordt verplaatst van de achterste voet naar de voorste voet. Het gevolg hiervan is dat de hiel omhoog komt en naar buiten draait en zodoende fungeert als balans. De draai van het lichaam en het snelle verplaatsen van het gewicht geven de cross zijn kracht. Net zoals bij de jab kan een extra stap naar voren worden gemaakt om extra kracht mee te geven. Nadat de stoot is gegeven, wordt de hand snel teruggetrokken en wordt de dekking weer ingenomen. De stoot kan worden gebruikt om een jab te counteren of om een hoek op te zetten. De cross kan ook een jab opvolgen zodat de klassieke “one-two” combinatie ontstaat. De cross wordt ook wel een rechtse genoemd.

Hoek

Hoek – een half-ronde stoot die wordt gegeven met de voorhand naar de zijkant van het hoofd van de tegenstander. Vanuit de dekking wordt de elleboog naar achter gehaald terwijl de vuist horizontaal is en de elleboog gebogen is. De achterhand wordt stevig tegen de kaak gehouden om de kin te beschermen. Het middel en de heupen draaien met de klok mee zodat de vuist naar oren komt en vanuit een hoek de tegenstander raakt. Op het zelfde moment draait de voorste voet met de klok mee zodat de linkerhiel naar buiten draait. Nadat contact is gemaakt, wordt de voorhand weer snel teruggehaald en wordt de dekking weer ingenomen. Een hoek kan ook worden gericht op het onderlichaam en deze techniek wordt ook wel de “rip” genoemd om het te onderscheiden van de conventionele hoek naar het hoofd. De hoek kan ook worden gegeven met de achterhand.

Uppercut

Uppercut – een verticale, rijzende stoot die wordt gegeven met de achterhand. Vanuit de dekking verschuift het middel een beetje naar rechts, de achterhand daalt tot onder de borst van de tegenstander en de knieën zijn lichtjes gebogen. Vanuit deze positie wordt de achterhand met veel kracht in de vorm van een hoek naar boven gehaald waarbij wordt gericht op de kin of de borst van de tegenstander. Op het zelfde moment strekken de knieën zich en het middel en heupen draaien tegen de klok in en de hiel van de achterste voet draait naar buiten. Het lichaam maakt dus een beweging die lijkt op een kruis. De strategische bruikbaarheid van een uppercut is afhankelijk van het in onbalans brengen van de tegenstander om vervolgens andere stoten te gebruiken. De rechter uppercut gevolgd door een linkse hoek is een dodelijke combinatie waarbij de kin omhoog wordt geduwd zodat de linkse hoek vol kan landen om de tegenstander knockout te slaan.

Deze verschillende soorten stoten kunnen achter elkaar gegeven worden zodat combinaties ontstaan, ook wel “combo’s” geheten. De bekendste combo is de jab en cross combinatie, ook wel de een-twee combo geheten. Dit is een effectieve combinatie omdat de jab ervoor zorgt dat de tegenstander de cross niet ziet aankomen.

Een lange, zwaaiende ronde stoot vanuit de dekking heeft een groter bereik dan de hoek. Deze stoot wordt ook wel de roundhouse, haymaker of sucker-punch genoemd. Afhankelijk van het lichaamsgewicht en de centrifugale kracht kan de roundhouse een geweldige stoot zijn maar het is wel een stoot waardoor de dekking volledig wegvalt. Wijde stoten hebben verder als nadeel dat het veel tijd kost om ze uit te delen zodat de tegenstander veel tijd krijgt om te reageren en te anticiperen. Juist vanwege dit nadeel is de roundhouse geen conventionele stoot en wordt die door trainers beschouwd als een teken van slechte techniek en wanhoop. De stoot is goed te gebruiken als een tegenstander al murw geslagen is en niet in staat is om te anticiperen op de slechte dekking. Een andere onconventionele stoot is de zelden gebruikte “bolo stoot” waarbij enkele keren een wijde stoot wordt gegeven om de tegenstander in verwarring te brengen om vervolgens een gerichte stoot te geven.

Uitrusting

Bij boksen wordt er continue krachtig gestoten met de vuisten zodat het van belang is om de botten in de handen te beschermen. De meeste trainers staan het niet toe dat er wordt getraind zonder bandages enbokshandschoenen. Bandages worden gebruikt om de botten in de hand te beschermen en de bokshandschoenen zorgen ervoor dat de handen niet wordt geblesseerd. Bokshandschoenen zijn sinds de late 19de eeuw verplicht. De moderne bokshandschoenen zijn veel zwaarder dan die werden gebruikt aan het begin van de 20ste eeuw. Voordat een wedstrijd begint, bepalen de bokser met wat voor soort handschoenen de wedstrijd wordt aangevangen. Lichte handschoenen geven zware stoters het voordeel dat er meer schade aangericht kan worden. Het dragen van een gebitsbeschermer is verplicht en heeft twee functies namelijk het beschermen van de tanden en het dempen van de kaak zodat de kans kleiner wordt op een knockout. In het amateurboksen wordt hoofdbescherming gedragen. Dit beschermt de bokser tegen snijwonden en zwellingen. Tevens beschermt het tegen hersenschuddingen.

training

Boksers oefenen hun technieken op twee verschillende soorten bokszakken. Een kleine, druppelvormige “speed bag” wordt gebruikt om herhaalslagen te oefenen. Een grote “heavy bag”, gevuld met zand, wordt gebruikt om zware stoten te oefenen. In aanvulling op deze bokszakken zijn er nog vele andere attributen die een bokser gebruikt om kracht, snelheid en lenigheid te verkrijgen. Normale trainingsactiviteiten zijn touwtjespringen, roeien, gewichtheffen en oefeningen met medicijnballen. Op de zak worden specialezakhandschoenen gedragen die hiervoor beter geschikt zijn dan de trainings- en wedstrijdhandschoenen.

Mixed Martial Arts – MMA (VS)

Mixed Martial Arts – MMA (VS)Mixed Martial Arts, meestal afgekort tot MMA, is een sport die zich richt op het combineren van technieken uit verschillende vechtsporten, zoals worstelen (grappling), judo, kickboksen, boksen en jiujitsu. Deze combinatie heeft als doel het vormen van de meest effectieve vechtsport voor een in theorie vrij gevecht.

regles

In wedstrijdvorm is van een echt vrij gevecht nooit sprake in MMA. Als buitengewoon gevaarlijk bekend staande handelingen zijn verboden. Per MMA-bond verschilt de lijst met onreglementaire technieken op bepaalde punten. Dit heeft vaak te maken met nationale regelgeving. Veelal hebben de deelnemers zich in hun eigen discipline langdurig bekwaamd en zien een uitdaging in het treffen met vechters uit andere disciplines. Er zijn diverse varianten van Mixed Martial Arts, ieder met zijn eigen kenmerken en regels, waaronder free fight (het vrije gevecht), Vale Tudo (Braziliaanse Mixed Martial Arts) en cage fighting (kooigevechten).

vechters achtergronden

Veruit de meeste vechters hebben een achtergrond in het Thai- of kickboksen, (Braziliaans) Jiu-Jitsu of Grieks-Romeins worstelen. Deze stijlen zijn het effectiefst gebleken. Karateka’s of andere beoefenaars van ‘traditionele’ vechtstijlen zijn doorgaans minder succesvol vanwege de (vaak) te eenzijdige manier van vechten. Ook boksers zijn doorgaans weinig succesvol, omdat ze een te weinig gevarieerd repertoire in huis hebben. Daarnaast zorgt de typische verdediging tegen een stoot (met het hoofd wegduiken) voor een uitstekende positie om een high kick te ontvangen.

tijdens de wedstrijd

Het grote verschil met ‘gangbare’ vechtsporten is dat veel geoorloofd is, van stoot- en traptechnieken, elleboog- en knietechnieken, tot klem- en wurgtechnieken. Net zoals bij onder meer het boksen, wordt onderscheid gemaakt op basis van verschillende gewichtscategorieën en op basis van wedstrijdervaring (klasse N, C, B, A). Een scheidsrechter, dokter en uiteraard de trainers uit beide kampen zien toe op een goed verloop van de wedstrijd. Hoewel de vechters vaak gehavend uit de strijd komen, vallen er zelden tot nooit zwaargewonden doordat de vechters in topconditie verkeren en vaak beschikken over een groot incasseringsvermogen. De wedstrijden duren meestal drie ronden (variërend van drie tot tien minuten elk) en worden niet zelden beslist door een snelle knock-out of tap-out (aftikken).

Collegiate wrestling (VS)

In de Verenigde Staten is worstelen een belangrijke sport op middelbare scholen en universiteiten. Collegiate wrestling is de vorm van worstelen die op universiteitsniveau wordt beoefend. Het wordt ook wel College wrestling of Folkstyle wrestling om het verschil aan te geven met andere vormen van worstelen. De National Collegiate Wrestling Association (NCWA) en de National Collegiate Athletic Association (NCAA) zijn de twee overkoepelende organisaties in Amerika die wedstrijden door het hele land organiseren. Het worstelen zoals dat wordt beoefend op de middelbare scholen in de Verenigde Staten wordt ‘scholastic wrestling’ genoemd. Het verschilt van collegiate wrestling en heeft zijn eigen regels.

niveaus

Voor worstelaars is het belangrijk om al op schoolniveau ervaring op te doen. Collegiate wrestling verschilt veel van worstelvormen als ‘professioneel’ en ‘internationaal’ wrestling. De focus ligt bij deze vorm meer op het controleren van de tegenstander dan op een explosieve actie. Ook de regels verschillen van andere vormen van worstelen. Zo is het bij Collegiate worstelen niet toegestaan om te gooien met je tegenstander om zo blessures te voorkomen. De lengte van de rondes zijn ook anders dan bij andere worstelstijlen. De eerste ronde duurt drie minuten, terwijl de tweede en de derde ronden twee minuten duren. ‘Riding time’ is een unieke regel van het college worstelen. Dit betekent dat als een worstelaar meer dan een minuut in de toppositie ligt hij een extra punt krijgt.

Veel worstelaars op college niveau dromen van een stap richting het professioneel worstelen. Dit is niet gemakkelijk omdat de regels verschillen en de kwaliteit van het professioneel worstelen erg hoog ligt. Toch is het college worstelen een goede springplank en een uitstekend platform voor de jonge worstelaars om hun vaardigheden te tonen. De echt getalenteerde worstelaars worden op dit niveau gescout voor de nationale teams.

Yagli güres (Turkije)

Yagli güres is de Turkse nationale sport. In de volksmond wordt het Turks Worstelen of Olieworstelen genoemd omdat de worstelaars zichzelf insmeren met olijfolie. De worstelaars worden pehlivan genoemd, wat ‘held’ of ‘kampioen’ betekent. Zij dragen broeken (kisbet of kispet) die oorspronkelijk werden gemaakt van het leer van een waterbuffel, maar tegenwoordig wordt ook kalfsleer gebruikt.

Anders dan bij andere vormen van worstelen kunnen wedstrijden in het olieworstelen gewonnen worden door de kisbet op een bepaalde manier vast te grijpen. Het doel van de pehlivan is om zijn tegenstander te controleren door een arm door de achterkant van de kisbet te steken. Als je op deze manier wint heet dat een paça kazik.

Oorspronkelijk hadden de wedstrijden geen tijdslimiet en konden soms wel één of twee dagen duren. In 1975 is hier verandering in gekomen en is de maximale tijd voor wedstrijden in de baspehlivan categorie 40 minuten en in de pehlivan categorie 30 minuten. Als er op het einde geen winnaar is komt er een verlenging van 15 minuten voor de baspehlivan categorie en 10 minuten voor de pehlivan categorie. In de verlenging worden scores bijgehouden om aan het einde een winnaar uit te kunnen roepen.

Het jaarlijkse Kirkpinar toernooi wordt al sinds 1362 in Edirne gehouden. Hiermee is het het oudste doorlopende sportevenement ter wereld. De laatste jaren maakt het Turkse olieworstelen een opmars over de wereld en is het ook populair aan het worden in andere landen, vooral Nederland en Japan

Wushu (China)

Wushu, ook wel bekend onder de naam modern wushu, is een show-vorm die van Kung Fu is afgeleid. De sport is ontwikkeld in het China van na 1949 in een poging om een traditionele Chinese vechtsport tot bloei te laten komen. Door de oprichting van de IWUF (International Wushu Federation) is wushu uitgegroeid tot een internationale sport. Om de 2 jaar wordt er een wereldkampioenschap gehouden. Het eerste wereldkampioenschap werd gehouden in Peking en werd gewonnen door Clark Zhang.

Het moderne wushu bestaat uit twee disciplines: taolu en sanda. Taolu vormen lijken veel gymnastiek en omvat onder meer patronen en manoeuvres waarvoor punten voor worden gegeven. De vormen bestaan uit basisbewegingen (trappen, stoten, balanceren, sprongen, vegen en werpen) die ook voorkomen in andere Chinese vechtsporten. Er zijn patronen die binnen een bepaalde tijd moeten worden uitgevoerd. Moderne wushu beoefenaars oefenen steeds vaker op luchttechnieken zoals sprongen van 540 en 720 graden.

Sanda, soms ook wel sanshou of Lei Tai geheten, is een moderne vechtsport en -methode die is beïnvloed door het traditionele Chinese boksen, Chinese worstelmethodes zoals Shuai Chiao en andere Chinese worsteltechnieken zoals Qin Na. Sanda lijkt veel op kickboksen en muay thai maar omvat veel meer worsteltechnieken.

Geschiedenis

In 1958 richtte de Chinese overheid de All-China Wushu Association op. Deze diende als paraplu om regelgeving aan te brengen binnen de martial arts training. De Chinese staatscommissie voor fysieke cultuur en sport nam het voortouw bij het creëren van gestandaardiseerde vormen voor de meeste vechtsporten. Tijdens deze periode werd een nationaal wushu systeem geïntroduceerd waarin onder meer standaard vormen, leerstof en dangraden waren opgenomen. Wushu werd zowel op de universiteit als op de middelbare school geïntroduceerd. In 1979 werd er een speciale actiegroep opgericht om het wushu te promoten. Vandaag de dag worden er in China vele stijlen wushu beoefend, zowel traditionele als moderne en allen worden gepromoot door de Chinese overheid.

Patronen

Binnen Wushu zijn er een aantal patronen die worden beoefend. Deze worden onderverdeeld in een drietal categorieën te weten ongewapend, korte wapens en lange wapens. Onder ongewapend vallen Changquan, Nanquan en Taijiquan, onder korte wapens vallen Dao, Jian, Taijijian en Nandao en onder lange wapens vallen Gun, Qiang en Nangun. Het merendeel van deze patronen werd vastgelegd in 1958.

Deze patronen worden uitgevoerd in verplichte of individuele routines tijdens wedstrijden. Verplichte routines zijn routines die zijn ontwikkeld voor de sporter en iedere sporter moet dan ook dezelfde routine aflopen. Individuele routines worden ontwikkeld door een sporter met hulp van de coach. Als toevoeging op de individuele routines worden er soms ook duale en groepspatronen gelopen. Het duale patroon, duilian genoemd, is een patroon waarin er een vorm van sparren plaatsvind, met of zonder wapens. Het duale patroon is spectaculair en de acties lopen mooi syschroon. Het groepspatroon, bekend onder de naam jiti, is nog spectaculairder waarbij vele sporters synchroon verschillende acties uitvoeren. Vaak wordt er ook muziek gedraaid om het geheel beter in de pas te laten lopen.

Andere routines

Het merendeel van de routines in de sport zijn nieuwe, moderne compilaties van de traditionele routines. Desondanks omvatten de routines die zijn afgeleid van traditionele stijlen veel nieuwe onderdelen. Tegenwoordig worden onderstaande routines in het algemeen beoefend:

Baguazhang – Eight-Trigrams Palm
Bajiquan – Eight Extremes Fist/Boxing
Chaquan – Cha Fist/Boxing
Chuojiao – Poking Feet
Ditangquan – Ground-Prone Fist/Boxing
Fanziquan – Overturning Fist/Boxing
Houquan – Monkey Fist/Boxing
Huaquan – Hua Fist/Boxing
Paochui – Cannon Punch
Piguaquan – Chop-Hitch Fist/Boxing
Shequan – Snake Fist/Boxing
Tantui – Spring Leg
Tanglanghushi – Praying Mantis and Tiger Style
Tanglanquan – Praying Mantis Fist/Boxing
Tongbeiquan – Through-the-Back Fist/Boxing
Wing Chun (Yongchunquan) – Eternal Spring
Xingyiquan – Shape-Intent Fist/Boxing
Yingzhaoquan – Eagle Claw Fist/Boxing
Zuiquan – Drunken Fist/Boxing

Wing-Chun (China)

Wing-Chun is een Chinese vechtsport kunst die gespecialiseerd is in gevechten op korte afstand. Wing-Chun werd oorspronkelijk mondeling doorgegeven van leraar op leerling in plaats van via geschreven documentatie. Hierdoor is het moeilijk om de precieze ontstaanswijze vast te leggen. Men heeft geprobeerd om de geschiedenis te achterhalen door te kijken naar de specifieke doelen van de gebruikte technieken. De eerste verhalen over de vechtsport komen naar voren in onafhankelijke documentatie die is vastgelegd tijdens de eeuw van Wing Chun master Leung Jan.

Er is een legende die gaat over een jonge vrouw, Yim Wing Chun geheten. Nadat zij een huwelijksaanzoek van een lokale krijgsheer afwijst, zegt deze op zijn beurt dat hij zijn aanzoek zal intrekken als zij hem weet te verslaan in een gevecht. Ze vraagt aan een lokale non, Ng Mui, om haar te leren boxen en de stijl die ze ontwikkelen stelt haar in staat om van de krijgsheer te winnen. Vervolgens trouwt ze met de man die ze echt lief heeft en leert hem de stijl die hij naar haar vernoemt.

Viet Vo Dao (Vietnam)

Viet Vo Dao is de filosofie achter veel Vietnamese martial arts.

– Viet is afgeleid van de landsnaam Vietnam
– Vo betekent martial art
– Dao is de weg, het pad dat iemand neemt, de methode of het principe

Tijdens en na de oorlog in Vietnam werden veel van de Vietnamese martial artists over het hele land verspreid. Op 3 november 1973 werd daarom de Viet Vo Dao Federatie opgericht, met als doel om enkele Vietnamese martial arts te herenigen. Het ging om de volgende stijlen:

– Thien mon dao
– Cuu mon
– Qwan Ki Do
– Bach Hac
– Thanh Long Viet Vo Dao
– Vovinam

Viet Vo Dao wordt daarom ook gebruikt als generieke term voor bepaalde Vietnamese martial arts en filosofie, zoals dat geldt voor Kung Fu bij de Chinese martial arts.

Copyright ©2018 MuayThai.nl. Alle rechten voorbehouden.